Reisverslag van Veronique Hes (2009)
Ik ben Veronique Hes, 19 jaar oud en ben de eerste vrijwilligster geweest in het nieuwe PAK weeshuis in Tana Toraja op Zuid-Sulawesi.

Ik heb via internet dit project gevonden en heb de eer gehad om samen met Manaek het weeshuis te openen. De eerste maand heb ik bij Manaek mogen wonen en overnachten, in een echt traditioneel huis. Super om dat ook mee te mogen maken.

Iedere dag was weer een nieuwe verrassende dag, met een volgeboekte planning. Samen op het brommertje reden we heen en weer naar het weeshuis, waar ze nog volop aan het werk waren om alles af te maken. De mensen die aan het werk waren, waren heel aardig en werkten heel hard.  Het was wonderbaarlijk om dat zo snel te zien gebeuren! Het is een heel mooi weeshuis geworden, mede dankzij deze hardwerkende mensen.

Manaek en ik zijn iedere dag bezig geweest met het inkopen van alle spullen die nog nodig waren. Via de post ontvingen we een aantal spullen van sponsors, zoals een doos met serviesgoed. Ook de doos met spullen die ik vanuit Nederland had opgestuurd voor mijn vertrek arriveerde een week nadat ik daar was dus dat was erg fijn. Ook heb ik gelukkig nog heel veel kunnen doen van het geld wat ik had ingezameld. Het is zeker goed besteed!

Ik heb in die eerste weken veel gezien en gedaan en vooral grenzen verlegd. Samen met Manaek ben ik de kinderen gaan opzoeken die in het weeshuis zouden komen. Ik vond het heel heftig en soms ook erg moeilijk om te zien in welke omstandigheden de kinderen moesten leven. De meeste kinderen woonden nog bij familieleden, die echter niet voor hen konden blijven zorgen. Ik heb de eer gehad om het allemaal te mogen meemaken van dichtbij, om door rijstvelden te lopen, via ongeasfalteerde wegen, en bergen te rijden en te kijken naar de werkelijke leefomgeving van deze kinderen. Het was heel mooi maar ook heel indrukwekkend.

Toen alles af was, na een maand hard werken en schoonmaken, kwamen de bedden die we hadden laten maken van het gedoneerde geld van twee vrijwilligers die later deze maand kwamen. Hele mooie, stevige bedden en matrassen erbij.  De kinderen konden komen!
Er kwamen in eerste instantie 8 kinderen: Rafika, Dian, Vika, Elsa, Nelki, Yanto, Tappi en Kevin. De meeste kinderen hadden niets of nauwelijks iets bij zich. Familieleden die mee wilde komen konden mee om te zien waar de kinderen terecht zouden komen.
De kinderen waren heel verlegen en moesten erg wennen aan hun nieuwe omgeving, wat natuurlijk een volkomen normale reactie is.
Bij de opening moest er, volgens de traditie, een dier geslacht worden. Het was een varken, gekocht door Manaek en mij. De mannen uit de buurt hebben hem geslacht en de vrouwen in de buurt hebben hem klaargemaakt tot in de late uurtjes van de avond.

Maandag kon het weeshuis officieel geopend worden. Alles was tot in de puntjes verzorgd. Eten en drinken, stoelen en tafels, mensen uit de buurt, familie en de overheid. Ook was de kerk aanwezig en werd er in het Indonesisch gebeden voor ons, de kinderen en voor alle mensen eromheen die ervoor hebben gezorgd dat dit mooie weeshuis gebouwd en geopend kon worden.

Na een maand als enigste Nederlandse te hebben gewerkt, met heel veel lieve Indonesische mensen om me heen, kwamen er 3 andere vrijwilligsters uit Nederland. Samen hebben we plannen gemaakt en nog vele spullen aangeschaft, want ook zij hadden geld ingezameld voor dit project. Het geld hebben we echt goed kunnen besteden.
Het kantoor werd ingericht en alle speelspullen werden geordend, van kleurpotloden en sprintouwen tot figuurzagen en ballen.  De kinderen waren erg blij met zoveel mogelijkheden. Sommige kinderen hadden zelfs nog nooit een kleurpotlood gezien.

We hebben de kinderen Nederlandse liedjes geleerd en wij van hun Indonesische liedjes. Ze hielden erg van dansen en zingen. Ook samen spelletjes doen vonden ze erg leuk. Alles deden ze met veel enthousiasme en overgave. Het viel me op dat ze zich heel goed zelf konden vermaken, ook zonder speelgoed.
De kinderen gaan 6 dagen per week naar school. De wandeling naar school duurt ongeveer 20 minuten via een hele mooie weg met prachtige rijstvelden. Werkelijk adembenemend, zo mooi is het landschap.

Ik ben samen met Fardau, ook een vrijwilligster, mee naar school geweest om te zien hoe dit in Indonesië allemaal verloopt. Elk kind moet ongeveer vijf verschillende schooluniformen hebben voor de verschillende dagen en vakken. Eerst werden we uitgenodigd in een soort lerarenkamer waar we hebben geprobeerd met elkaar te communiceren. Daarna zijn we de klaslokalen gaan bekijken. De school zag er vrij redelijk uit.
Na schooltijd komen de kinderen zelf met een aantal klasgenoten of vriendjes en vriendinnetjes naar huis lopen. Bij thuiskomst werd er gezamenlijk gegeten en hierna en dan gaan ze meestal kleuren, huiswerk maken en spelen. Het was vooral veel genieten.
Als we iets voor ons zelf wilden doen deden we dat als de kinderen naar school waren, zodat we heerlijk tijd met ze konden doorbrengen als ze thuis waren.
Het avondeten werd klaargemaakt door Mama Rano. We mochten als vrijwilligers altijd meehelpen en dat deden we graag. Het eten was prima en heb ik niets op aan te merken gehad. Het was meestal ‘enak sekali’, wat ‘heel erg lekker’ betekent. Na het eten werd de afwas gedaan, en werd het huis geveegd en opgeruimd. En dan werd er nog een appeltje gegeten, wat de kinderen heel erg lekker vonden.
Rond 20.00 uur gingen de kinderen naar bed toe: Eerst tandjes poetsen, dan pyjama aan, nog even naar het toilet en dan naar bedje toe. Natuurlijk even bidden voor het slapen gaan en dan heerlijk naar dromenland.
Op zondag gaan ze naar de kerk. De kinderen hebben een aparte dienst in een soort klaslokaal achter de kerk. De volwassenen gaan naar de kerkdienst in de grote kerk. De dienst werd in het Indonesisch gehouden en af en toe door mensen vertaald die een beetje Engels spraken.
Meestal gingen we op de zondag zwemmen maar niet altijd. Ze vonden het heerlijk om op de banden in het water te dobberen. Alleen Nelki en Yanto konden echt zwemmen. De andere kinderen bleven veilig in het ondiepe water.

We hebben de kinderen in deze maand zien opbloeien van verlegen, afwachtende kinderen tot kinderen die het erg naar hun zin hebben in het weeshuis en zich thuis voelen. We hebben ze heerlijk zien lachen maar we hebben ze ook zien huilen. Het leek erop dat er veel verdriet was opgekropt, wat er op bepaalde momenten allemaal uit kwam. Ze hebben natuurlijk allemaal één of beide ouders verloren en moeten nu ook de andere familieleden en hun vertrouwde omgeving missen. Het was heel fijn om ze te kunnen troosten als ze dat nodig hadden en er voor ze te zijn.

Het zijn 8 heerlijke kinderen en ben heel blij dat ik dit heb mogen en kunnen doen. Met pijn in het hart heb ik afscheid moeten nemen van de kinderen. Na 2 maanden in dit mooie, geweldige land Indonesië ben ik een hele mooie ervaring rijker, die niemand meer van me afpakt. Ik weet zeker dat ik nog een keer zal terugkeren om te kijken hoe het met ze gaat.

Veronique Hes