Reisverslag van Marli van Doorn (2009)

In de maand april en mei van het jaar 2009, heb ik vier weken stage gelopen in het weeshuis in Bua, Sulawesi. Met vier meiden waren we toen de vrijwilligers daar. Zowel met hun als met de kinderen heb ik een hele fijne tijd gehad!

In Sulawesi heb ik ontdekt dat kinderen kinderen zijn. Engeltjes en bengeltjes, zoals ik ze noem.

De vier ‘grote activiteiten’ die we hebben gedaan, zijn:

  • Gezwommen. Dit vinden de kinderen ontzettend leuk. Ze vinden het ook fantastisch als je er zelf mee in gaat!
  • Naar zee gegaan wat voor veel kinderen de eerste keer was. De opmerking ‘bah, het is zout’, was dan ook niet te voorkomen. Leuk.
  • Schildering op de buitenmuur.
  • Systeembord. Daarop kan men de planning zetten wat men gaat doen met de kinderen. Dit kan voor structuur zorgen voor de kinderen.

Ook hebben we zondagse kleren voor en met de kinderen gekocht. Wat waren ze lief toen!
Voor de verder rest hebben we leuke spelletjes gedaan en geknutseld. Het dansen met de kids mogen we natuurlijk ook niet vergeten.

Het eten was goed verzorgt door Mama Rano en Manaek! Speciale Indonesische gerechten hebben we mogen proberen. Hartstikke lekker en leuk! Ook de begrafenis en bruiloft die we mee mochten maken waren grandioos!

Wat ik zelf achteraf jammer heb gevonden, dat ik zo weinig van de kinderen begreep. Je vermaakt ze en probeert ze te helpen. Maar de taalbarrière, daar heb ik persoonlijk best wat last van ervaren. Je weet niet of er iemand wordt gepest en of je wel of niet moet ingrijpen.

Een maand nadat ik weer thuis was aangekomen, begon ik de kinderen ontzettend te missen. Je kijkt de gemaakte foto’s nog een keer na, zoekt naar muziek op internet waar je met de kinderen op hebt gedanst. Kleine dingetjes komen weer naar boven, wat toen zo normaal leek. Maar waar je nu echt bij stil staat. Ik ga zeker nog een keer terug!

Groetjes,

Marli